Meet Marieke Eyskoot: change agent en eerste klas fashionista

Foto door Justine Leenarts.

Zoals wel vaker in Amsterdam regent het buiten. Marieke Eyskoot heeft met ons afgesproken bij Lavinia, een biologisch lunchtentje – klein maar fijn. Marieke’s dag zit vol met afspraken, waarvan de eerste haar wekelijkse ‘gig’ als nieuwslezer bij Amsterdam FM. Dit is een overblijfsel van haar aanvankelijke ambitie om fulltime nieuwslezer te worden, voordat ze de duurzame mode in is gerold. Een kleine samenvatting van Marieke’s wapenfeiten wat dat laatste betreft liegt er niet om: Ze werkte 8 jaar voor de Nederlandse afdeling van de NGO ‘Clean Clothes Campaign‘ (de Schone Kleren Campagne). Ze schreef het boek Talking Dress, om consumenten wegwijs te maken in de wereld van de duurzame mode. Ze ontwikkelde een gratis app, ook voor consumenten, om gemakkelijk duurzame winkels in de buurt te kunnen vinden en ze is mede-oprichtster van de duurzame modevakbeurs MINT, die twee keer per jaar in de Rai in Amsterdam duurzame merken in contact brengt met winkeliers uit o.a. Nederland, België, Duitsland, Engeland en Scandinavie. In januari bestaat de beurs 5 jaar en vindt de tiende editie van de beurs plaats. Dit jaar staat ze daarnaast voor de vierde keer in de Trouw Duurzame Top 100. Geen wonder dat wij (understatement alert) graag eens wat vragen aan haar wilden stellen.

Je schrijft in je boek Talking Dress dat je heel goed beseft dat je, als Nederlander, bepaalde voorrechten hebt: als je in Bangladesh geboren was zat je misschien nu wel achter een naaimachine in een kledingfabriek waar werknemers niet of nauwelijks recht van spreken hebben. Maar hoe is bij jou uit dat gevoel van ‘bevoorrecht zijn’ de interesse in duurzame mode gegroeid? “Ik was eigenlijk altijd al bezig met kleding en mode. Ik had er heel veel plezier in om met kleding bezig te zijn, maar dat luchtige ‘plezier’ dekte op een gegeven moment de lading niet meer van mijn (meer rationele) gedachten bij mode. Ik wist namelijk van de ellende die helaas zo tekenend is voor de waardeketen van de kledingindustrie. Die twee elementen, het leuke van mode en bewustzijn over de misstanden in de waardeketen, heb ik dus samengevoegd. Vanuit het vrijwilligerswerk dat ik tijdens mijn studie deed begon steeds meer het besef te groeien dat dit was waar mijn hart lag. Toen heb ik uiteindelijk mijn baan opgezegd en mezelf een half jaar de tijd gegeven om werk te vinden in de duurzame mode. Het is me net niet gelukt: na een half jaar en één dag kreeg ik een aanbod van de Schone Kleren Campagne. Het team waar ik in terecht kwam bestond uit hele dappere mensen. Mijn collega’s hadden stuk voor stuk veel gezien en veel gereisd. Ik heb daar heel veel geleerd en daar heb ik nog steeds heel veel aan.”

Maar na 8 jaar ben je toen toch voor jezelf begonnen. Vanwaar de overstap? “Mensen in mijn omgeving stelden veel vragen over het werk dat ik deed, over de relatie tussen duurzaamheid en kleding. Vragen als: Wat kan ik zelf doen om een bijdrage te leveren aan verduurzaming van de mode industrie? Waar kan ik duurzame kleding kopen? Ik wist dat die vragen bij een veel breder publiek speelden, en nog steeds spelen. Daar wilde ik iets mee doen. Bij de Schone Kleren Campagne kon dat niet, omdat deze NGO zich als onafhankelijke partij niet uit kan laten over het duurzaamheidsgehalte van de ‘goede’ modemerken, dat wil zeggen: de merken die zich als duurzaam profileren. Om onafhankelijk te blijven geeft de Schone Kleren Campagne geen positief advies. Ik besloot om als zelfstandig ondernemer dat gat te vullen en eerlijke kleding op de kaart te gaan zetten. Zo is mijn boek Talking Dress dus tot stand gekomen, gevolgd door de vakbeurs MINT en de app. Het was allemaal gebaseerd op de behoefte die ik voelde om te gekke sustainable fashion onder de aandacht te brengen. Er zijn namelijk nog best wat vooroordelen over duurzame kleding. Maar door te beginnen bij stijl, en daarin echt selectief te zijn, hoop ik bij te dragen aan een verandering in de beeldvorming over duurzame mode. Dat moet de nieuwe standaard worden: mode die duurzaam is, maar die je vooral koopt omdat het gewoon heel mooi en stijlvol is.”

Wat mis je aan het werk bij de Schone Kleren Campagne? “Ik mis met name mijn collega’s en het reizen. Een boek schrijven bijvoorbeeld is best een eenzame aangelegenheid. Maar mijn huidige werk is dan wel weer heel afwisselend, en dat waardeer ik enorm.”

Verwacht je dat er ooit een tijd zal komen waarin de duurzaamheid van kleding voor (bijna) iedereen belangrijk is? Wat is ervoor nodig om daar te komen? “Onderscheid tussen groepen hou je altijd. We zitten nu echt nog in een stadium van pioniers – en die heb je nodig om de weg voor verandering vrij te maken. Als aanjager van dit proces kan die verandering mij niet snel genoeg gaan, maar zolang die groep van pioniers maar groeit zijn we in elk geval op de goede weg. Op de langere termijn zou het het beste zijn als je als consument gewoon geen keus meer zou hebben wanneer het om duurzaamheid gaat: het is natuurlijk eigenlijk heel vreemd dat wij ons comfortabele leven kunnen leven ten koste van het leed van anderen. Maar daarnaast ziet duurzame kleding er gewoon geweldig uit: de kwaliteit is bijvoorbeeld doorgaans veel beter dan die van de fast fashion items waar velen met tassen vol tegelijk in investeren. Iets anders dat we met z’n allen moeten gaan beseffen is dat er ook bij duurzame kleding heel veel mogelijkheden zijn. Veel mensen denken dat duurzaamheid een beperkend criterium is: dat er dan niets meer mag. Dat is niet zo. Er zijn juist heel veel merken, winkels en mogelijkheden. Maar de vindbaarheid van duurzame merken kan wel nog een stuk beter. Daar wil ik graag aan bijdragen.”

In je boek spreek je ook over de combinatie van nabijheid en afstand tussen ons en de mensen die onze kleding maken. Vaak wonen die mensen aan de andere kant van de wereld, maar de kleding die zij maken dragen wij op onze huid. Vaak is de afstand makkelijker te benadrukken dan de nabijheid. Wat kunnen we daar aan doen? “Je kunt niet iedereen naar Bangladesh sturen om in een kledingfabriek een kijkje te gaan nemen. En dat is ook niet de bedoeling denk ik. Je hoeft de omstandigheden daar niet elke dag te voelen – daar wordt het veel te zwaar van. En je hoeft ook niet perfect te zijn. Als je dat toch gaat proberen slaat het enthousiasme alleen maar dood – dat kan je ook lethargisch maken. Maar wat wel werkt is benadrukken dat er heel veel mogelijk is: je kunt bijvoorbeeld met je geld ‘stemmen’ voor duurzaamheid: steeds als je iets koopt, zeg je tegen dat merk ‘ik ben het ermee eens wat jij doet, en ik geef je geld om ermee door te gaan’. Maar je kunt je stem ook op vele andere manieren laten horen: door meer te lenen, te ruilen, te delen of tweedehands te kopen bijvoorbeeld, of door organisaties als de Schone Kleren Campagne of de Fair Wear Foundation te steunen, die zich inzetten voor betere omstandigheden voor de makers van onze kleding. Vanuit het positieve gaat dat veel beter. Als je benadrukt welke middelen iedereen als consument in handen heeft om een bijdrage te leveren werkt dat namelijk veel motiverender dan wanneer je alleen maar benadrukt wat er nu allemaal nog verkeerd gaat. En voor mij persoonlijk maakt het ook veel uit dat er een goed verhaal achter mijn kleding zit. Daardoor voel ik de nabijheid in plaats van de afstand.”

Naast consumenten spelen natuurlijk ook andere actoren een rol bij het in gang zetten van verandering. Welke rol zie jij voor bijvoorbeeld de politiek en internationale organisaties? “Dat is zeker een punt: consumenten, bedrijven, overheid en NGO’s zijn allemaal nodig in dit proces. In Nederland vraagt minister Ploumen gelukkig regelmatig aandacht voor de kledingsector. Wel vind ik het opvallend dat we in Nederland nog steeds toestaan dat bedrijven zich buiten ons grondgebied gedragen op een manier die in Nederland zelf nooit zou mogen. In een globaliserende wereld past dat niet meer. Ik zou graag zien dat Nederland haar rol als gidsland op zou pakken. Dat betekent het initiëren van trajecten op Europees niveau, bijvoorbeeld om toezicht in internationaal verband mogelijk te maken, eisen stellen aan Nederlandse bedrijven, maar ook actief de samenwerking opzoeken met andere landen. Ook ben ik voorstander van een tijdelijke BTW verlaging voor sustainable fashion en lifestyle producten. Als we willen dat onze economie zich in die richting gaat bewegen, dan is er in het begin een zetje nodig. Net als bij duurzame energie. Om zo’n BTW verlaging mogelijk te maken zou er eerst een definitie opgesteld moeten worden van ‘duurzaamheid’ waar voldoende draagvlak voor is.”

Een veel besproken onderwerp op jouw terrein is ‘greenwashing’: producten als duurzaam presenteren terwijl ze dat niet echt zijn. Wat valt hier tegen te doen? “Ik geloof heel erg in transparantie. Als een merk jou in redelijk wat detail kan vertellen wat het al goed doet, maar vooral ook wat er nog beter kan, is de kans klein dat het verhaal van geen kanten klopt. Algemene statements als ‘Puur natuurlijk’ zijn uiteraard van een andere orde: daarbij moet je je waarschijnlijk zorgen gaan maken. Maar ik denk dat consumenten daar uiteindelijk zelf ook op afknappen. Voor bedrijven loont het dus om transparant en eerlijk te zijn. Het gaat voor consumenten steeds meer om je integriteit en je verhaal als merk – dat is de belangrijkste bouwsteen voor geloofwaardigheid.”

Wat is je belangrijkste droom voor de komende jaren? “Duurzame mode moet van ‘alternatief’ naar ‘mainstream’. Daar wil ik heel graag aan bijdragen. Mijn droom is dat er binnenkort geen keus meer is, dat alle kleding duurzaam gemaakt is, en je er dus heel goed uit ziet en tegelijkertijd iets goeds doet.”

Geschreven door

1 reactie

  • Sandra Martens

    Politiek bedrijven met je portemonnee is volgens mij een van de belangrijkste manieren om invloed uit te oefenen. Vandaag dus bewust boxershorts gekocht bij Saint Basics. Catching the glow heeft me aan het denken gezet. Ga zo door!

Laat een reactie achter