De reis van je kleding

Wanneer je ’s ochtends voor je kledingkast staat ben je waarschijnlijk bezig met de dag die voor je ligt. Stel je een typische zaterdag voor: je kiest misschien voor een basic shirt en jeans. Maar welke reis heeft de outfit die je straks aantrekt eigenlijk afgelegd? Waar is die reis begonnen, hoe lang heeft hij geduurd, en wat voor impact heeft de industrie waar die reis deel van uitmaakt, eigenlijk in zijn geheel? We geven je hier wat antwoorden, en links naar websites waar je nog veel meer informatie kunt vinden. In de komende maanden wordt deze pagina nog verder uitgebreid.

De reis die jouw outfit heeft afgelegd begon waarschijnlijk in China of India. De meest gebruikte grondstof voor kleding is katoen, en dat wordt voornamelijk in China en India geproduceerd. De kaart hieronder laat de 10 landen zien die wereldwijd de meeste katoen produceren. De cijfers die je bij deze landen ziet staan geven aan hoeveel miljoen balen katoen het land produceerde in productiejaar 2015-2016. Één baal katoen weegt ongeveer 218 kilo. De wereldwijde katoenproductie bedraagt daarmee zo’n 21 miljard kilo. Dat is net zo veel als het gewicht van 5,2 miljoen Aziatische olifanten!

Aantal balen katoen (*miljoen) geproduceerd in de top 10 katoen-producerende landen ter wereld, in productie-jaar 2015-2016. Bron: www.cottoninc.com

Bij de productie van kleding worden veel chemicaliën gebruikt. Voor de katoen-gewassen bijvoorbeeld: die moeten namelijk beschermd worden tegen plagen, zodat de oogst niet verloren gaat. Vervolgens wordt de stof vaak geverfd, wat opnieuw chemicaliën vereist. Ook bij de productie van andere materialen, zoals leer en spijkerstof (denim), zijn veel milieuvervuilende stoffen nodig. Al met al is de kleding-industrie de op één na meest vervuilende industrie ter wereld. Alleen de olie-industrie veroorzaakt nog meer vervuiling. De Wereld Bank schatte in 2011 dat 17-20% van de totale door industrie veroorzaakte water vervuiling in China veroorzaakt wordt door het verven van kleding (bron: dit artikel van chinawaterrisk.org).

De mode-industrie is op één na de meest vervuilende industrie ter wereld.

De mode-industrie is op één na de meest vervuilende industrie ter wereld.

Wanneer jouw T-shirt van biologisch katoen is gemaakt, mogen er bij de productie geen synthetische stoffen gebruikt zijn. Bij de productie van biologisch katoen worden de gewassen tegen plagen beschermd door zo veel mogelijk te werken met lokale soorten die beter bestand zijn tegen het lokale klimaat. Daarnaast mogen natuurlijke afweermiddelen wel worden gebruikt. De grootste afnemers zijn vaak ‘gewone’ kledingbedrijven met een biologische collectie, zoals C&A, Nike, H&M, Greensource, en Levi Strauss & Co (bron: organiccotton.org). Biologisch katoen vertegenwoordigde in 2014 ongeveer 0,5% van de wereldwijde katoenproductie (textileexchange.org). Dit marktaandeel is sinds dien stabiel gebleven, maar de hoeveelheid productie en de waarde van biologisch katoen zijn wel gestegen. Dat komt doordat de totale wereldwijde katoenproductie de afgelopen jaren is afgenomen. In 2016 vertegenwoordigde de biologische katoenmarkt bijna 16 miljard dollar (bron: 2016 organic cotton market report, van textileexchange.org). Consumenten worden steeds bewuster, en doordat kledingbedrijven als H&M inmiddels voor een deel van hun collectie deze variant kiezen wordt het ook steeds makkelijker voor consumenten om biologisch katoen in de winkelrekken te vinden. De bedrijven die de meeste biologische katoen opkopen zijn dat de afgelopen jaren ook steeds meer gaan doen, zoals je kunt zien op dit plaatje (overgenomen uit het 2016 organic cotton market report, van textileexchange.org):

De top-10 gebruikers van biologisch katoen, en de groei in het aandeel biologisch katoen dat zij in hun bedrijfsvoering gebruiken. Bron: 2016 organic cotton market report van textileexchange.org

Hoe herken je biologisch katoen? Er zijn verschillende certificaten voor biologische productie. In Nederland zie je meestal het Europese certificaat of het Nederlandse ECO-keurmerk. Op de website van greenerchoices.org vind je een lijst met veel andere keurmerken die internationaal in omloop zijn. Specifiek voor katoen en andere textiel is er ook het GOTS certificaat. GOTS staat voor Global Organic Textile Standard.

Het Europese 'groene blad' keurmerk en het Nederlandse ECO-keurmerk voor biologische producten

Het Europese ‘groene blad’ keurmerk en het Nederlandse ECO-keurmerk voor biologische producten

GOTS certificaat logo

Het logo van het GOTS keurmerk

De productie van (grondstoffen voor) kleding vergt enorm veel water. Voor het produceren van textiel uit één kilo katoen, het gewicht van jouw t-shirt en spijkerbroek, heb je bijvoorbeeld zo’n 10,000 liter water nodig. Voor alle katoen die alleen al in de VS voor kleding wordt geproduceerd, zou je 55 miljoen zwembaden van 25 meter lang en 10 meter breed moeten vullen om aan genoeg water te komen. Voor de totale, wereldwijde katoenproductie kom je uit op 280 miljard zwembaden vol. Als je meer wilt weten over de water ‘footprint’ van katoen kun je dit artikel lezen.

In het geval van je jeans zijn bij de productie nog extra water en chemicaliën nodig. Denim, of spijkerstof, wordt gemaakt van katoen – meestal de niet-biologische, niet-duurzame variant. De productie vindt grotendeels (voor 60%) plaats in Azië, voornamelijk in China (bron: The eco guide to green jeans, door Lucy Siegel). Om uit katoen denim te verkrijgen moet de stof gebleekt worden, waar chloor en andere chemicaliën voor nodig zijn die vaak rechtstreeks in het water van rivieren (en uiteindelijk in het drink- en grondwater) terecht komen. Een schatting van brancheorganisatie Modint vermeldt, volgens dit artikel in Trouw, een gemiddeld gebruik van 150 gram chemicaliën per wassing. De stof wordt daarnaast vaak gewassen met puimsteen, een vulcanische, poreuze steensoort die zorgt voor de afgeragde ‘denimlook’. Dit ‘stonewashing’ process vereist grote hoeveelheden water, en ongeveer een halve kilo puimsteen per kilo katoen (bron: dit artikel in Trouw). Afvalwater wordt ook hierbij vaak gewoon in een rivier gedumpt. Ook zandstralen is soms onderdeel van het proces. In 2004 werd er door verschillende merken, en door Turkije als kleding exportland, een verbod op zandstralen ingesteld, omdat het Silicosis (stoflongen) veroorzaakt bij de arbeiders die hierbij betrokken zijn (bron: Fashion United). Fashion United berichtte in 2013 echter dat er in ten minste 5 fabrieken in zuid China nog steeds gebruik gemaakt wordt van deze techniek, om jeans te produceren voor verschillende bekende merken. Tot slot worden ‘blue jeans’ geverfd met syntetische kleurstoffen. 90% van de in China geproduceerde spijkerbroeken worden op deze manier geverfd (bron: The eco guide to green jeans, door Lucy Siegel). Benieuwd waar je terecht kunt voor een duurzamer alternatief op denim gebied? Lees hier onze blogpost over denim merken die het anders aanpakken.

In welvarende landen als Nederland geven we gemiddeld per jaar zo’n 1000 Euro per persoon aan kleding uit. In Nederland waren de gemiddelde uitgaven aan kleding en schoenen in 2014 goed voor iets meer dan 5% van onze totale uitgaven. Dat aandeel daalt in veel landen wel behoorlijk: gemiddeld besteedde men in de EU in 1995 nog bijna 6% van de totale uitgaven aan kleding – nu ligt dat gemiddelde op 4.8% (cijfers per land vind je hier). Dat bevestigt dat kleding goedkoper wordt. Fijn voor onze portemonnee natuurlijk, maar daarbij ‘besparen’ we vaak op zaken waar eigenlijk helemaal geen besparing op mogelijk is. De veiligheid in een kledingfabriek bijvoorbeeld, of het loon van een naaister uit die fabriek.

Gemiddeld besteden we zo'n 1000 Euro per jaar aan kleding.

Gemiddeld besteden we zo’n 1000 Euro per jaar aan kleding.